Jongens met autisme reageren bozer op pesten

Jongens die gepest worden ontwikkelen meer angst en schaamte; jongens die pesten ontwikkelen meer boosheid en minder schuld, waardoor ze pesten goedpraten. Jongens met autisme reageren extra boos op pesten en vormen zo een makkelijker doelwit. Daarover publiceren ontwikkelingspsycholoog Carolien Rieffe en collega’s in het tijdschrift ‘Autism’.
Jongens met autisme reageren bozer op pesten

 

Kip of ei, vroeg Rieffe zich af. Zijn kinderen angstig en worden ze daarom gepest of maakt pesten kinderen angstig. Om oorzaak en gevolg te onderscheiden onderzochten Rieffe, haar Leidse collega Evelien Broekhof en Sheida Novin van de Universiteit Utrecht jongens met pestgedrag en hun slachtoffers. Eerder onderzoek wees uit dat gepeste jongens angstiger waren dan andere. Dit nieuwe onderzoek volgde jongens over een periode van twee jaar, waarin de onderzoekers zagen dat langdurig pesten voor een verandering in de gevoelde emoties zorgde. Gepeste jongens werden angstiger en schaamden zich meer.

 

Bij pesten is niemand gebaat

Rieffe: ‘Deze uitkomst lag wel in de lijn der verwachting, want je kunt je voorstellen dat iedereen die langdurig gepest wordt onzeker zal worden, hoe sterk je ook in je schoenen staat.’ Jongens met pestgedrag veranderden ook, in bozere kinderen met minder schuldgevoel tegenover hun slachtoffers. ‘Daarmee rechtvaardigen ze waarschijnlijk voor zichzelf het pesten. Maar bij pesten is uiteindelijk niemand gebaat. Het is niet alleen slecht voor het kind dat gepest wordt, maar ook voor degenen die pesten, toekijken en niets zeggen of vanaf de zijlijn aanmoedigen. Het betreft de hele groep waar de kinderen deel van uitmaken.’

Emoties

Rieffe spreekt van een vicieuze cirkel van zichzelf versterkende emoties bij gepeste kinderen. Het pesten maakt kinderen boos en angstig, en ze schamen zich meer, zodat ze zich terugtrekken en nog verder buiten de groep komen te staan. Dat geldt voor jongens mét en zonder autisme. Daarnaast reageren jongens met autisme bozer op pesten. Rieffe: ‘Op zich is het geen verkeerde reactie om voor jezelf op de te komen, wat je doet als je boos wordt. Het gevaar is alleen dat je daardoor weer een makkelijker doelwit wordt.’

Groepsdynamiek

Het probleem en tegelijkertijd ook de oplossing van pesten ligt in die groep waar de kinderen deel vanuit maken. Rieffe wil niks weten van ‘blaming the victim’ en dus ook niet van de antipestprogramma’s die zich vooral richten op het slachtoffer, zoals trainingen voor sociale vaardigheden. Eigenlijk vindt ze die eerder stigmatiserend werken voor kinderen die gepest worden. Deze kinderen zouden hierdoor zelf ook kunnen gaan denken dat er iets mis is met ze, terwijl daar de oorzaak van het pesten helemaal niet ligt. Het hele systeem van rollen moet veranderen om de dynamiek in de groep te veranderen, denkt Rieffe. Er zijn goede programma’s die daarop inspelen en ook effectief blijken, zoals KiVa: samen maken we er een fijne school van!

Pesten gaat de hele groep aan

‘Want elk kind heeft evenveel recht om deel uit te maken van een groep’, vervolgt Rieffe. ‘Ook het kind dat emotioneler is dan de ander, of het kind dat zich niet zo makkelijk in de groep doet gelden. Boosheid is wel een duidelijk signaal naar de omgeving dat er iets mis is in de groep. Angstige reacties die we vaker zien bij kinderen zonder autisme kunnen makkelijk verborgen blijven voor de leerkrachten. Of ouders weten thuis niet waar die angst vandaan komt, omdat veel kinderen het hun ouders niet willen vertellen’. Als het onderzoek iets oplevert voor jongens met én zonder autisme is het wel dat leerkrachten en schoolleiders actief moeten ingrijpen op pestgedrag. Dat gaat de hele groep aan.

(Bron: Universiteit Leiden)

 

Lees hier het artikel in Autism